verdwalen

‘ Wanneer ga je eigenlijk weer echt aan het werk?’  vraagt ze, terwijl ze me met priemende oogjes aankijkt. Ik loop op een doordeweekse ochtend in het bos en zie haar helaas net te laat. Zij loopt daar met een doel, want ze heeft een hond. Ik wandel gewoon alleen. Zonder hond.

“ Ik ben alweer aan het werk hoor!’ zeg ik opgewekt, maar ik begrijp best wat ze wil vragen.  Wat doe jij hier zomaar in het bos op een doordeweekse dag? Ben je nog altijd thuis? Heb je nou nog je carrière niet weer opgepakt…

‘Oh?’ zegt ze vragend. Ik zie dat ze haar nieuwsgierigheid nauwelijks kan bedwingen. ‘Als advocaat?”. Haar blik glijdt afkeurend over mijn spijkerbroek en gympies. Dat kan haast niet, moet ze denken.

‘Nee…’ zeg ik. En dan aarzel ik. Moet ik haar nu gaan vertellen over de afgelopen anderhalf jaar?  Voor ik iets kan zeggen, sneert ze ‘Oh, dat dacht ik al. Ik zei al tegen Thomas, ik zeg: als díe ooit weer als advocaat aan de slag gaat, eet ik mijn toga op!” Ze lacht er zelf in ieder geval keihard om.

‘Je was er ook nooit echt een type voor eigenlijk he… ik weet nog dat je een keer had gehuild omdat je zo’n zielig kind bij stond die uit huis werd geplaatst..tja… ik zei toen nog tegen Thomas, ik zeg: die heeft het verkeerde vak gekozen zeg…Thomas zei toen nog: maar goed dat ze geen dokter is geworden!”.

Ik weet eigenlijk niet of ik nu met haar mee moet lachen of iets terug moet zeggen.  Veel later die dag, in bed, weet ik honderd antwoorden die ik had moeten geven. Op dat moment weet en doe ik niks.

‘Nouja, wel super fijn voor je dat je weer een baantje hebt gevonden, je schrijft toch of zoiets? Nou, leuk hoor. En lekker natuurlijk, dat je dus nog steeds tijd hebt om in het bos te lopen enzo…heerlijk. Nou ik dus eigenlijk niet, moet snel naar kantoor want heb een belangrijke zaak. Spreek je weer, doedoeiiiii!” en weg is ze.

Ze heeft gelijk. Het is super fijn dat ik tijd heb om in het bos te lopen. Ik schop wat bladeren aan de kant en loop een paadje in.  Want tijd om te verdwalen heb ik ook nog steeds.