Slappe hap

‘’ …En toen zei hij dat hij toch wil scheiden ….maar dat wil ik dus niet. En nu ben ik hier omdat ik begreep dat ik een advocaat nodig heb om die scheiding tegen te houden…?’ Enigszins beschaamd, maar ook strijdlustig zit ze voor me.

Ik schat haar een jaar of vijftig, ze is heel mooi, verzorgd en haar gezicht heeft lieve zachte lijnen. Ik kijk haar aan en voel haar pijn en frustratie. En ik ga het nog erger maken. Ik haat dit. Ik haal diep adem.

Ik leg haar uit dat je een scheiding niet tegen kan houden, alleen maar kan rekken. Dat in onze wet staat dat een echtgenoot een scheiding kan aanvragen, ongeacht of de ander daarmee instemt. Dat het niet uitmaakt dat je niet vreemd bent gegaan of geen afschuwelijke vrouw bent geweest voor hem. In de wet staat helemaal niets over een reden die je nodig moet hebben om te scheiden. Er staat dat je eenzijdig een scheiding aan kan vragen wanneer er sprake is van ‘ duurzame ontwrichting’. En wat dat precies is, bepaal je dus zelf. ‘ Hij wil niet meer, dus hij kan van je scheiden’, eindig ik. Ik laat een stilte vallen. Met grote ogen kijkt ze me aan.

‘ Bestaat er niet zoiets als een plicht om te vechten voor je huwelijk? We hebben elkaar toch beloofd om bij elkaar te blijven in Goede en in Slechte tijden? Wat is daar nou helemaal de betekenis van als je zomaar kan gaan scheiden, wat stelt zo’n huwelijksgelofte dan eigenlijk voor?’. Boos kijkt ze me aan. Alsof ik het bedacht heb. ‘En waar zijn die getuigen eigenlijk voor, we hadden er vier? Moeten die nu niet bemiddelen? Moeten die ook tekenen?  Kan hij echt zomaar bij mij weg?”. Ze wacht mijn antwoord niet af want ze weet het al lang. ‘ Ik ga er alles aan doen om die scheiding tegen te houden’’ zegt ze. ‘ Dan weet u dat’. Ze knijpt haar lippen op elkaar, doet haar wenkbrauwen omhoog alsof ze seint: En nou jij weer!

Ik denk even na. Mijn gedachten dwalen af naar een mevrouw uit Hilversum die ik lang geleden bij stond in haar scheiding. Ik was nog niet zo lang bezig met het familierecht; zij was mijn eerste cliente die alles op alles zette om de scheiding tegen te houden. Die vrouw had me, behalve veel slapeloze nachten, bijna mijn baan gekost, omdat ze zo erg niet meewerkte dat mijn baas dacht dat ik de kantjes eraf liep in die zaak. Maar zij leverde geen stukken aan, zij antwoorde niet als ik haar brieven voorlegde van haar ex man, zij hield zich niet aan de voorlopige afspraken die de rechtbank oplegde. En ik kreeg het voor mijn kiezen, als haar advocaat. In de rechtszaal zei de rechter tegen haar- terwijl hij fronsend naar mij keek-: ‘ Ik neem aan dat uw advocaat u heeft uitgelegd hoe dit alles werkt?”’ En zij antwoorde gewoon: ‘ Het kan me niet schelen, meneer de rechter. Ik luister ook niet naar mijn advocaat: ik ga niet scheiden‘. Maar dat ging ze wel. En ik hield er een heel erg rot-gevoel aan over. Een zaak die ik nooit meer zou vergeten. Zat er nu een tweede Hilversumse zaak voor me?

Opeens keek de mevrouw die nu voor me zat me afwachtend aan: ‘ Dus ik betaal u dan wel om het zo lang mogelijk te rekken, akkoord?’’. En toen zei ik het gewoon. Ik zei nee. ‘ Er zullen advocaten zijn die dat graag voor u doen, maar ik niet. Ik zou iedereen voor de gek houden, maar vooral u. U bent er zoveel meer bij gebaat om goede afspraken met uw ex man te maken.  Het rekken van de scheiding  zal niets goeds voor u opleveren. Het gaat op weerstand stuiten, de zaak zal escaleren en uiteindelijk verliest u beiden. Laten we dat vooral niet willen. En al wil u dat, ik wil dat niet. Ik wil u bijstaan, ik wil u naar iemand doorverwijzen die u kan helpen met het verwerken van dit alles, ik wil u adviseren en ik wil voor uw rechten vechten. Maar ik wil geen spelletjes spelen die u niet gaat winnen. Het spijt me. U moet een andere advocaat zoeken’. Ik voelde dat ik bloosde, maar wat ik had gezegd klonk krachtig en duidelijk.

Nukkig verliet ze mijn kantoor. Wat had je nou aan zo’n advocaat. Slappe hap.

Ik reed ‘s-avonds naar huis en dacht nog lang na over mijn actie. Slappe hap inderdaad, ook zakelijk gezien. Ik had een cliente weggestuurd. En kon ik dit als advocaat wel maken? Die avond en nacht bracht ik in mijn steeds vaker voorkomende spagaat door. En antwoorden vond ik niet.

Maar toen ik ‘s-ochtends naar kantoor fietste zong ik onbewust een liedje. Ik voelde me goed en vrolijk.
Het was niet zakelijk en misschien ook niet wat collega’s zouden doen. Maar ik had wel naar mijn hart geluisterd. Voor het eerst sinds jaren weer.
Een slappe hap. Maar wel licht verteerbaar.