Miss perfect

Grijnzend komt ze op me af op het schoolplein. “Kapper geweest?” vraagt ze. Ik knik, lichtelijk trots.
‘ Staat je goed joh, heel leuk’. Ze loopt door naar een ander clubje moeders en zwiept haar steile haar naar achteren. Terwijl ze achterom naar me kijkt zegt ze nog even snel ‘ Als ik niks aan mijn haar doe zit het ook zo, met van die krullen. Staat jou wel grappig hoor!!”. Ik glimlach sullig en steek zelfs mijn duim op naar d’r. Ik kijk om me heen of iemand haar sneer en vervolgens mijn slijmactie met die duim heeft gezien. Ik voel me een sul en alle kapper-pret is bedorven. Dat mijn dochter later op de dag zegt dat ik nu net zulk haar als haar vroegere juf heb, maakt het er niet beter op. De volgende dag heb ik gewoon weer een staartje.

Een paar dagen later. Schoolplein. ‘ Leuke jumpsuit’ zegt ze tegen een moeder die net uit haar auto stapt. Die moeder bedankt met een knikje en zij vervolgt ‘ Ik vind zélf altijd dat vrouwen een uitgezakte kont hebben in die pakken, het slobbert altijd zo he, vooral aan het eind van de dag. Maar het is een leuke kleur, kan je goed hebben’. De moeder kijkt bedenkelijk en zegt toch maar ‘ Thanks’.  De haai stapt snel in haar cabrio en scheurt weg. De moeder van de jumpsuit kijkt wat lullig om zich heen en ziet dat ik het zag en hoorde.’ Ze is zeker veel gepest vroeger’ lacht ze naar me. Ik lach terug. Leuk geprobeerd maar ik weet dat de jumpsuit moeder waarschijnlijk rechtstreeks naar huis rijdt en wat anders aan gaat trekken. Zo zijn wij, vrouwen.

Een week later sta ik vol trots te vertellen aan een groepje moeders dat ik al weken echt gestopt ben met roken. Ik krijg complimentjes van alle kanten. Daar is zij weer. Ze zegt: ‘ Knap hoor, maar ik zou wel wat meer gaan fietsen of sporten als ik jou was, je schijnt er enorm zwaar van te worden he? En eerlijk gezegd dacht ik net nog: wat ziet ze er GEZOND uit…’. Ik sta met mijn mond vol tanden . De andere moeders ook. Zij wandelt rustig door naar haar auto, haar kinderen zijn er al in gesprongen. De Jumpsuit-moeder klopt me op mijn schouder. Dat maakt het nog ongemakkelijker.
Dan horen we een doffe dreun. We kijken om en daar staat ze, met haar cabrio tegen de papiercontainer. Rook uit de motorkap. Ze stapt woedend uit en wij kijken haar met z’n allen lachend aan. Zou ze nu om hulp komen vragen? Maar ze pakt haar telefoon en we horen haar zeggen ‘ Ik zei nog tegen je: het is een auto van niks zo zonder die sensoren’. Ze laat de rokende auto staan en wandelt rustig weg. Haar kinderen lopen als muisjes achter haar aan.

We zien haar nog net een sigaret opsteken op de hoek van de straat.