Ik beken…

Ik beken: ik heb een gruwelijke hekel aan het huis schoonmaken. Opruimen gaat me goed af, stofzuigen wil ook nog wel lukken, maar dat echte ouderwetse poetsen, met chloor de wc schrobben en met allesreiniger de keuken..vreselijk vind ik het. Al vroeg leerde ik van mijn moeder dat je sommige dingen ook niet moet WILLEN leren. Zo leerde ik van haar zodra ik ging samenwonen, dat ik tegen de vriend moest zeggen: ‘ Ach lief, wil jij de vuilnis aan de straat zetten? Ik vind dat altijd zoooo zwaar. Ik kán het gewoon niet zo goed….” En ja hoor, haar voorspelling kwam onmiddellijk uit. De vriend-toen nog duizend keer gevoeliger voor mijn vrouwtjes-gedrag dan nu – voelde zich op zijn mannelijke brute kracht aangesproken en sjouwde zonder morren de zware zakken naar de straat. Een week erna moest ik het herhalen, zo schreef mijn moeders wet voor, en daarna zou het een soort van routine voor hem worden. En ja, tot op de dag van vandaag is de vuilnis de klus voor de man hier thuis. Niet geëmancipeerd, maar wel fijn. Zo heb ik dit overigens ook aangepakt met snoeien van de heg (‘ ik wil het echt wel, maar ik kan het niet!”) en met het schoonmaken van de dakgoten (‘ oh wat kun jij dat goed, je bent ook zo sterk/lang/breed/wat hij wil horen’).

Maar vriend is dan wel goed, maar niet gek. Dus al snel na onze eerste maanden samenwonen, kwamen we tot de conclusie dat het toch wel fijn is als er wekelijks iemand in huis komt om te poetsen. En daar was Joop.

Joop maakte al jaren schoon bij onze buren. Van de oude stempel, met de VUT dus tijd genoeg en poetsen dat hij kon! De jaren verstreken, we gingen naar een groter huis net buiten de stad maar Joop verhuisde mee. Hij vroeg 5 euro extra (voor de bus) en bleef eens per week komen. We kregen een kind; Joop bleef wekelijks op maandag komen.  Een tweede baby: onze Joop was er nog altijd bij. Joop werd een soort familie.

Elke week drinken we samen een kopje koffie en roddelt hij me bij over zijn andere ‘werkhuizen’. Ik weet dat zijn uitje naar ons voor hem een soort lichtpuntje in de week is. Maar Joop wordt echt een dagje ouder. Dat hij niet meer zo goed kan zien, dat heb ik lang niet willen toegeven. Dat ik soms nadat hij net geweest is, zelf nog even de keuken dweil, heb ik nog nooit aan iemand verteld en al helemaal niet aan de vriend, die al een tijd moppert op het werk dat Joop aflevert. ‘Is hij niet gewoon te oud, moet ie niet gewoon lekker met pensioen?’ . Woedend werd ik. Kom niet aan Joop.

Een maand geleden kwam Joop met een dikke envelop binnen; of ik zijn belastingpapieren samen met hem in wilde vullen. Hij kon het niet meer zo goed zien. Tuurlijk. Ik stelde de vragen en schreef de antwoorden in blokletters. Maar toen ik zijn geboortedatum vroeg, dacht ik dat hij een geintje maakte. Lachend keek ik hem aan. ‘ Dat jaar klopt niet, Joop. Dan zou je 81 zijn!” grijnsde ik. Ik keek in zijn bloedserieuze gezicht. Dus wel. 81. Ik laat een man van 81 op een klein keukentrapje de ramen lappen, de vloer dweilen…de wc’s schoonmaken….o mijn god, dit kon ik toch niet maken!!! Ik besprak het met de vriend, die greep zijn kans en zei: ‘Helemaal mee eens. We zoeken een andere hulp en zeggen tegen Joop dat hij tot na de zomer kan blijven, en dat het daarna klaar is’. Ja? Ja. Goed plan.

Inmiddels hebben we een nieuwe hulp, op donderdag. Zij weet van het bestaan van Joop. Dat heb ik haar gelijk verteld. Maar Joop komt nog altijd elke maandag en weet van niks. Ik hem niet van ‘de ander’ verteld. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen. En ik heb het nog ingewikkelder gemaakt, want de vriend weet niet dat Joop er nog is op maandag. Hij denkt dat Joop lekker van zijn pensioen geniet.

En ik…ik drink op maandag dus stiekem koffie met Joop, roddel met hem en geef hem spekkoek mee die ik bij de toko heb gekocht. Omdat hij dat zo lekker vindt. En ik stuur hem een uurtje eerder weg. En als Joop ontdekt dat er een ander is, dan zal ik zeggen dat dat niets betekent voor me. En hij zal het me vergeven. Dat weet ik zeker.