Geknipt

Het was herfst. Een magere en bleke jongen van 19 jaar zat tegenover me aan tafel. Hij had lang getwijfeld, maar het moest nu echt want hij wist eindelijk wat hij wilde gaan doen met zijn leven. Kapper, dat wilde hij worden. Maar daarvoor moest hij weer naar school. En zijn moeder had hem ervan kunnen overtuigen dat zijn vader daar aan mee moest gaan betalen.

De bleke jongen was dus naar zijn vader gegaan, twee uur in de trein. Het was al maanden geleden dat hij zijn pa had gezien. Toen hij bij zijn vader aan tafel zat, keek pa hem eens even goed aan.

‘Wat zie jij er uit, jongen!” bromde vaderlief. ‘Die lange haren, die kleren… je lijkt wel een homo!”. Dit was het moment. ‘Klopt pap, dat ben ik ook. Ik heb sinds kort verkering…’.

Eerst lachtte vader nog. Dat moest een geintje zijn. Toch? Maar zoon lachtte niet mee. Vader stond op. Zonder verdere woorden zette hij zijn zoon buiten de deur. ‘Je mag terug komen als je normaal doet’ riep vader hem na.

De jongen zat de rest van de dag huilend op het station. Durfde zijn moeder niet te bellen want die deed altijd al zo lelijk over vader. Daar had hij nu geen zin in. Hij durfde zijn vriendje niet te bellen want die zou hem voor gek verklaren dat hij daar verdrietig over was. Dus hij bleef zitten tot zijn tranen op waren en ging weer naar huis.

Samen met zijn moeder zochten ze een advocaat in de buurt. Vader reageerde niet op mijn brieven, dus al snel zaten we bij de rechter. Vader kwam daar wel opdagen. De spanning in de zittingszaal was om te snijden. Vader en zoon, beiden met een advocaat aan aparte tafeltjes, tegenover de rechter. Wat een afschuwelijk uur moet dat voor alle partijen zijn geweest. Ook bij de rechter nam vader geen blad voor de mond. Homo’s, daar wilde hij niks van weten. En de kappersschool? Een meisjesschool? Daar ging hij dus serieus niet aan mee betalen voor zijn zoon.

De rechter dacht daar gelukkig anders over. Vader werd verplicht gewoon mee te betalen aan de opleiding van zijn zoon. Na een tijdje sloot ik het dossier.

Ik had een tijd niet meer aan de jongen gedacht. Gisteren zag ik hem opeens staan in de deuropening van een hippe kapsalon in de stad. Hij zwaaide vrolijk naar me. Hield zijn schaar omhoog en lachtte. Het was hem gelukt. Ondanks die vader.

Mijn dag was minder herfstig.