Eerste keer

Mijn eerste rechtszaak was een strafzaak bij de rechtbank Den Haag. Ik was de dag ervoor beëdigd als advocaat. Het was een mega zaak:

mijn cliente werd er van verdacht twaalf pakjes kunstnagels uit de Etos te hebben gestolen. En in tegenstelling tot mezelf, was het voor haar niet haar eerste keer bij de rechtbank.

In de hal van de rechtbank stond ze me op te wachten, ik wist al dat het een wat oudere vrouw was, een door de wol geverfde winkeldievegge. Ze begon keihard te lachen toen ze me zag. ‘ Ah nee toch… je baas zei al dat je een jonkie bent, maar zo jong…! Heb jij al een rijbewijs of ben je gebracht door je vader? ’ . Ze lachtte keihard om haar eigen grap en ik nam me voor om de volgende keer niet meer zo vriendelijk te lachen bij binnenkomst, maar gelijk mijn bril op te zetten en stuurs voor me uit te kijken. Ik trok mijn toga aan. Dat was beter, vond ze. Maakte me een stuk ouder.

Ik had de zaak wel honderd keer doorgesproken met mijn baas op kantoor. Ik ging voor de vrijspraak.  In de zaal zat de rechter vermoeid in het dossier te bladeren en de Officier van Justitie zat te knikkebollen achter zijn bureautje. De rechter gaf mij het woord. Ik ging los zoals ik had geoefend. Ik haalde er een aantal gecompliceerde juridische leerstukken bij, het liep echt lekker. Ik merkte net iets te laat dat men me vreemd aan zat te kijken.

Mijn cliente was de eerste die iets zei. Ze stootte me aan: ‘ Euh, advocaat, de Officier moet eerst nog zeggen wat hij voor een straf eist, voordat je daar over kan beginnen…’ Verschrikt keek ik de rechter aan. Ze had gelijk, ik was in mijn zenuwen al aan mijn pleidooi begonnen maar dat mocht nog helemaal niet!

Hakkelend probeerde ik me er uit te redden, maar toen zei mijn cliente: ‘ Het is haar eerste keer volgens mij. Spreek haar maar vrij.’ Ze barstte weer keihard in lachen uit. De rechter en de Officier grinnikten allebei smakelijk mee…De vrouw kreeg een taakstraf, ze was tevreden.

Na de zitting, op de gang, sloeg ze me op mijn schouder en gaf ze me een complimentje. Haar lach bulderde door de rechtbank. Ik lachtte aarzelend met haar mee.

Als een advocaat met kiespijn.