Aan het babymeisje met het strikje

Lief klein babymeisje,

Je vader draagt jou op z’n arm mijn kantoor binnen. Je moeder loopt achter jullie aan met een grote tas, waaruit ze wat later een flesje, een spuugdoekje en een klein plastic knuffelgirafje haalt. Ik bewonder je terwijl je slaapt. Ik vraag hoe oud je nu bent.

‘Zes maanden’, zegt je vader trots. ‘En twee dagen’, lacht je moeder er achter aan. Alsof dat heel erg knap van je is, zo trots kijken je ouders allebei.

Je wordt wakker als je vader voorzichtig gaat zitten. Met grote blauwe ogen kijk je mijn kantoor rond, kijk je naar mij en lacht een grote lach met twee kleine tandjes. Je koppie is bijna kaal, maar bovenop zit een grote donkerblonde pluk, waar je moeder (denk ik) een klein strikje in heeft gedaan. Je draagt een klein spijkerbroekje en een roze truitje waarop staat ‘ I am trouble’.  Zoet blijf je tegen je papa aan zitten terwijl hij begint te praten.

Je hebt geen idee. Geen idee wat het betekent dat je bij mij bent met je ouders. Jouw papa en mama gaan scheiden. Ze willen proberen om dat samen te doen. Voor jou, zeggen ze allebei. Alleen maar omdat jij er bent. Voor jou moet alles goed geregeld worden.

Jij sabbelt op je girafje terwijl je moeder op rustige toon verwijten naar je vader maakt. Heb jij het gemerkt, toen jij nog in je mama’s buik zat, dat ze toen al boos op je vader was? Heb je het gemerkt dat je vader al veel eerder weg wilde, maar voor jou al die tijd is gebleven? Voelde jij dat ze elkaar al tijden niet meer willen, maar dat jij het bent die hen verbindt?

Zachtjes, om jou niets te laten merken, maken je ouders ruzie. Die fluistertoon waarop ze de dingen tegen elkaar zeggen maakt het nog erger. Jij maakt tevreden smakgeluidjes. Ik kan er niets aan doen dat ik steeds even naar je kijk als ik een vraag aan je ouders stel. Het voelt vreemd dat jij er bij bent. Jij bent de reden dat je ouders zoveel pijn hebben en boos zijn. Maar je bent ook de reden dat zij zo hun best doen om redelijk te blijven. Heel verwarrend en verdrietig.

Je hebt geen idee waarover ze ruzie met elkaar maken. Maar ze maken ruzie over jou.  Jij lacht lief. Voorzichtig naar mij. Daarna voluit naar je mama. Zij glimlacht terug. Jij draait je koppie naar je papa en geeft ook hem je lieve lach.

Het zijn jouw ouders. Voor altijd.